zaterdag 4 april 2026

BELGISCHE FRIETJES


De oorsprong mag dan vaag zijn en de evolutie lang, wat we wél zeker weten, is dat frieten vandaag typisch Belgisch zijn. De Belgen maakten zich de friet op allerlei manieren eigen en er ontstond zo een geheel eigen frietcultuur. Frieten en de bijhorende frietkoten hebben een ontegensprekelijke commerciële oorsprong. De eerste betrouwbare bronnen verwijzen naar het bestaan van frietkramen of frietetablissementen omstreeks het midden van de 19de eeuw.


Frietjes op de kermis

Jean-Frédéric Krieger, afkomstig uit Beieren en kermismuzikant in België, trok begin jaren 1840 naar Parijs. Hij werd bediende in rotisserie 'Chez Pèlerin' en leerde er frieten ‘à la parisienne’ te bereiden. Al snel keerde hij terug naar België en in 1844 ging van start met zijn zaak ‘Fritz’, waar hij frieten serveerde. De populariteit van de friet groeide snel. In de jaren 1850 waren frietjes al niet meer weg te denken van de Belgische kermissen. Stedelingen en dorpsbewoners keken steevast uit naar de jaarlijkse passage van de kermis en de bijhorende frieten, want thuis zelf aardappels frituren was vooralsnog te duur en te moeilijk. Toch verscheen in ons land een eerste recept voor frieten al in 1861, in het kookboek 'L’économie culinaire' van Philippe Edouard Cauderlier. Pas aan het einde van de negentiende eeuw werd frietvet voor de meeste burgers betaalbaar.


Mosselen met friet

Beetje bij beetje ontwikkelden de frituren een eigen Belgisch karakter. In de jaren 1860-1870 startten sommigen met het aanbieden van mosselen met friet, wat snel een zeer gewaardeerde combinatie werd en evolueerde naar een volwaardig gerecht. Het was deze associatie tussen mosselen en friet die de Belgische en Franse frietcultuur van elkaar onderscheidde in de beginjaren. Parijzenaren verkozen aanvankelijk hun biefstuk-friet, maar toonden vrij vroeg al interesse in de Belgische combinatie met mosselen. De associatie van België met frieten was toen echter nog niet zo vanzelfsprekend als vandaag. Vanaf het Interbellum combineerden Belgische frituristen niet alleen mosselen en biefstuk met frietjes, maar ook haringfilet, (Luikse) gehaktballen, konijn, filet américain enzovoort. Voor de Belgen kon bijna alles gecombineerd worden met frietjes.


De kunst van het dubbel bakken

De Belgische frituristen onderscheidden zich verder door de frietjes tweemaal te bakken, waarvoor een eerste recept verscheen in 1892. Na de Eerste Wereldoorlog verspreidde dit gebruik zich verder binnen België en in de jaren 1930 leerden ook koks over de landsgrenzen deze ontegensprekelijk Belgische techniek kennen. Het voorbakken op lage temperatuur zorgt voor de garing van de aardappelen. Het water in de aardappelen kookt en de stoom ontsnapt eruit. De tweede keer bakken op een hogere temperatuur maakt de frietjes krokant. Op dat moment worden de ‘pureestaafjes’ als het ware toegeschroeid met als resultaat de perfecte friet: smeuïg vanbinnen en goudgeel krokant. Vandaag is het dubbel bakken vanzelfsprekend in alle frituren. Dat bakken gebeurt bij sommige frituristen nog steeds in ossewit, zoals het vroeger was, anderen gebruiken plantaardig vet of een mengeling van beide.


Frietjes met mayonaise

Naast het dubbel frituren en de mosselen met friet, ontwikkelde zich aan het begin van de twintigste eeuw nog een derde typisch Belgische specialiteit: friet met mayonaise. Aan het eind van de negentiende eeuw aten de Belgen mosterd en augurken of uitjes in picklessaus bij hun frieten. Toen aan het begin van de twintigste eeuw de plantaardige olie goedkoper werd, gingen frituristen ook mayonaise aanbieden. Friet met mayonaise of pickles verspreidde zich verder in de jaren 1930 en na de Tweede Wereldoorlog werd het echt de gewoonte om frietjes op die manier te consumeren.


Puntzak of een bakje?

De meest typische verpakking voor een portie friet is een puntzak. De negentiende-eeuwse straat- en kermisverkopers maakten hun puntzakken uit oude kranten. Die oorsprong draagt bij aan het ouderwetse gevoel dat de voorstanders van de puntzak vandaag zo fijn vinden. Ook het feit dat de friet langer warm blijft en dat het in een puntzak letterlijk een maaltijd wordt om je vingers bij af te likken, zijn pluspunten voor de aanhangers van de puntzak. Anderen vinden die vieze vingers net een nadeel en zijn geen voorstander van de ‘ongecontroleerde sausverdeling’ en de ‘slechte ventilatie’ van de puntzak. Zij opteren dan voor een kartonnen of plastieken bakje. Bovendien zijn de meningen verdeeld over hoe je de frietjes van ’t frituur nu het beste eet: met de vingers of met een klein frietvorkje. 

X


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

ROGGESCHOVEN LADEN

Ingekleurde versie Upscaled X