Postduif Cher Ami werd in de borst geschoten, maar redde bijna 194 soldaten in de Eerste Wereldoorlog. Cher Ami werd neergeschoten, verloor een poot en raakte blind aan één oog, maar wist toch een cruciale boodschap bij de Amerikanen te bezorgen. Daarmee redde hij 194 levens.
In de Eerste Wereldoorlog waren radio’s en telefoons nog lang niet betrouwbaar genoeg voor communicatie aan het front. Daarom vertrouwden legers op een verrassend hulpmiddel: postduiven. Met berichtenkokertjes aan hun poot vlogen ze dwars door kogelregens en artillerievuur naar hun bestemming. Eén van die dieren groeide uit tot een ware oorlogsheld. Zijn naam was Cher Ami, en volgens velen redde hij in 1918 het leven van bijna tweehonderd Amerikaanse soldaten.
Postduiven als redding aan het front
Cher Ami, Frans voor ‘goede vriend’, werd in 1918 geboren en maakte deel uit van het Amerikaanse Army Signal Corps. De Verenigde Staten waren een jaar eerder betrokken geraakt bij de Eerste Wereldoorlog en stuurden zeshonderd postduiven naar Frankrijk om berichten over het slagveld te vervoeren. Dat was gevaarlijk werk. Veel duiven werden onderweg door vijandelijk vuur geraakt of simpelweg nooit meer teruggevonden. Dat gold niet voor Cher Ami: de vogel wist maar liefst twaalf missies succesvol af te ronden, uitzonderlijk veel voor een oorlogsduif. Zijn beroemdste vlucht vond plaats tijdens het Meuse-Argonne-offensief in het najaar van 1918, een van de grootste Amerikaanse operaties aan het westfront.
Het ‘verloren bataljon’
Cher Ami vloog voor de 77e Divisie van het Amerikaanse leger, beter bekend als het ‘verloren bataljon’. Deze eenheid raakte diep in vijandelijk gebied geïsoleerd van de rest van de Amerikaanse troepen. De soldaten kwamen zwaar onder vuur te liggen van Duitse eenheden. Tot overmaat van rampTot overmaat van ramp wisten hun eigen artilleristen niet precies waar het bataljon zich bevond, waardoor de Amerikanen ook werden geraakt door eigen beschietingen. Communicatie was vrijwel onmogelijk. Radiosignalen bereikten het hoofdkwartier niet en boodschappers konden de linies nauwelijks passeren. De soldaten hadden nog maar één optie: een postduif.
Cher Ami, de laatste hoop van de 77e Divisie
Majoor Charles Whittlesey beschikte op dat moment nog over zeven postduiven. Eén voor één werden ze uit de lucht geschoten. Uiteindelijk bleef alleen Cher Ami over. Whittlesey bevestigde een briefje aan de poot van de duif met daarop de wanhopige boodschap: ‘We are along the road parallel to 276.4. Our own artillery is dropping a barrage directly on us. For heaven’s sake, stop it.’ Toen Cher Ami werd losgelaten, leek ook deze laatste poging te mislukken. Duitse soldaten openden direct het vuur en de duif werd in de borst geraakt. De vogel stortte neer. Maar tot verbazing van de soldaten steeg Cher Ami opnieuw op. Toen Cher Ami werd losgelaten, leek ook deze laatste poging te mislukken. Duitse soldaten openden direct het vuur en de duif werd in de borst geraakt. De vogel stortte neer. Maar tot verbazing van de soldaten steeg Cher Ami opnieuw op.
Een onverstoorbare oorlogsduif
Ondanks zijn zware verwondingen vloog Cher Ami verder richting het Amerikaanse hoofdkwartier. In minder dan een halfuur legde de postduif ongeveer veertig kilometer af. Hij bereikte zijn bestemming met de boodschap nog altijd aan zijn lichaam bevestigd. Bij aankomst verkeerde de duif in kritieke toestand: hij had een schotwond in de borst, was blind geraakt aan één oog en verloor later een deel van zijn rechterpoot. Toch wist hij zijn missie te volbrengen. Kort na aankomst werd het Amerikaanse artillerievuur stopgezet. Van de ruim vijfhonderd mannen van het verloren bataljon wisten uiteindelijk ongeveer 194 soldaten levend terug te keren.
Als held ontvangen
Cher Ami groeide uit tot een symbool van moed en doorzettingsvermogen. De Fransen onderscheidden de postduif met de Croix de Guerre, een belangrijke militaire onderscheiding. De Amerikaanse generaal John Pershing verklaarde later: ‘There isn’t anything the United States can do too much for this bird.’ Na de oorlog keerde Cher Ami samen met zijn trainer, kapitein John Carney, terug naar de Verenigde Staten. De duif overleed op 13 juni 1919 aan de gevolgen van zijn verwondingen. Zijn lichaam werd opgezet en kreeg in 1921 een plek in het Smithsonian Institution in Washington D.C., waar de beroemde oorlogsduif nog altijd te zien is.
X