zondag 29 maart 2026

BOER, PAARD EN KAR


X



PLAATSEN VAN NIEUWE RASTERPALEN (JAREN '80)




X

ERWTENOOGST 1944

Upscaled

Erwten en bonen waren krachtig voedsel, ze konden een deel van het dierlijk eiwit in vlees, melk en eieren vervangen. Voor het kweken van erwten en bonen was slechts een lichte stikstofbemesting nodig. Na erwten kon de grond nog een ander stoppelgewas voortbrengen, terwijl vóór de bonen nog een ander groenvoergewas gewonnen kon worden. Uiterst economische gewassen dus. De erwten werden na het maaien op speciale houten stellages, ruiters, te drogen gehangen. Een zwaar werk, dat meestal door de mannen werd gedaan. Deze ruiters moesten voorzichtig en op een speciale manier worden volgepakt, opgetast. Onder de ruiter bleef ruimte open, zodat de wind vrij spel had  en de erwten goed konden drogen.

X


BOER MET PIK EN PIKHAAK

Upscaled

De boer kapt graan. In zijn rechterhand houdt hij een pik vast, in de linkerhand een pikhaak. Het voordeel van een pik – in vergelijking met een zeis - was dat het graan niet meer moest opgeraapt worden en onmiddellijk in pikkelingen verzameld kon worden. Bovendien leende het gebruik van de pikhaak zich uitstekend tot het maaien van koren dat door wind en regen was omgeslagen. Het nadeel van een pik was dat je je dieper moest bukken. Een goede pikker kon per dag 30-40 are maaien. Met de pik kon gemakkelijker door regen en wind neergeslagen graan worden gemaaid.

X

DE WASMACHINE 1957

Upscaled

Links staat een elektrische wasmachine. Het enige wat je nog wel zelf moest toevoegen was het warme sop. Maar dit apparaat was al een hele grote vooruitgang voor de vrouwen uit die tijd. Dat je niet meer de hele tijd met je armen in het warme en koude sop hoefde te zitten was een enorme vooruitgang. De ontwikkeling van de wasmachine is met recht de belangrijkste technologische revolutie van de twintigste eeuw.

Carle Miele ontwikkelde in Duitsland de eerste elektrische wasmachine. 

X



zaterdag 28 maart 2026

DE SCHOVEN OF GARVEN WORDEN OP DE KAR GELADEN

Upscaled

Een schoof van een graangewas dat is afgesneden wordt een garf, garve of korenschoof genoemd. Toen het graan met de hand werd geoogst werden de graanhalmen samengebonden. Hiervoor werd een zicht en een pikhaak gebruikt. Daarna werd dit graan samengebonden door bindsters met een handje halmen tot een schoof. Deze schoven werden dan te drogen gezet, door meerdere schoven tegen elkaar te plaatsen tot een hok. Later kwam de zwadmaaier, waarna het gemaaide graan nog met de hand tot schoven gebonden moest worden. Met de komst van de zelfbinder was ook dit verleden tijd.

X

DORSEN 1959

Ingekleurde versie

Upscaled

Dorsen is het proces van het verwijderen van de graankorrel uit de rijpe aar. Niet alle graansoorten kunnen echter gedorst worden. Het kan niet als de korrel in het pakje blijft zitten, zoals bij spelt. De korrel kan dan alleen vrij gemaakt worden door te pellen (wrijven). Het allereerste hulpmiddel voor het dorsen was de dorsstok. Deze werd al gebruikt rond 4200 v. Chr. in de nederzetting Egolzwil. Ook werd gebruikgemaakt van dieren door die over het te dorsen graan te laten lopen. Een verbetering van de dorsstok was de dorsvlegel. Dorsen werd vroeger in de wintermaanden met de hand gedaan met behulp van een dorsvlegel. Het gedorste graan werd vervolgens geschoond met een wan en later met een wanmolen. Bij gerst en rijst is de korrel vergroeid met de omhullende kafjes, die niet verwijderd kunnen worden met een wanmolen. Deze korrels moeten na het dorsen gepeld (geraspt) worden met een pelmolen, zij het dat dit een ander proces is dan bij spelt. De eerste dorsmachine werd 1784 uitgevonden door de Schot Andrew Meikle. Met de opkomst van de dorsmachine werd het dorsen niet meer met de hand gedaan. Bij de maaidorser (combine) vindt het maaien, dorsen en schonen direct na elkaar in de dorsmachine plaats.

X

DE TREKHOND DE SCHANDE ONZER NATIE (EEN NEDERLANDS ARTIKEL)

Upscaled

Upscaled
1932

Upscaled

Upscaled
Hond met muilkorf tijdens keuring in kader trekhondenwet.

Upscaled
De politie meet een trekhond op met behulp van een schofthoogtemeter voor de jaarlijkse keuring van trekhonden.

Karren getrokken door honden waren honderd jaar geleden een heel normaal straatbeeld. Om het vaak treurige lot van deze honden te verbeteren trad op 1 september 1911 de Trekhondenwet in werking. Het voorzichtige begin van een andere kijk op honden. 

De eerste meldingen van hondenkarren stammen al vanaf het begin van de 17e eeuw. Ze worden pas echt veel gebruikt in de 19e en 20e eeuw. In allerlei beroepen waar een last te vervoeren is, zijn honden in gebruik: postbezorgers, marskramers, eierhandelaren, krantenbezorgers, melkboeren, noem maar op. Sommige honden schijnen zelfs trekschuiten getrokken te hebben. Als trekkracht waren honden vaak geschikter dan paarden. Hondenkarren waren klein en wendbaar, veel handiger in gebruik in smalle stadsstraten dan grote, brede paardenkarren. Honden waren daarnaast veel goedkoper in de aanschaf en het onderhoud. Waar paarden een stal en speciaal voer vereisten, namen honden al genoegen met een hondenhok als onderkomen en etensresten en slachtafval als maaltijd. Als het op trekhonden aankomt, is de term ‘hondenbaan’ wel heel erg toepasselijk. Uit opgegraven botresten én uit verslagen uit die tijd blijkt wat een afschuwelijk lot veel honden ondergingen. Denk aan uitgemergelde honden met afgesleten voetzolen die onvoorstelbare gewichten moesten voorttrekken, tot soms vele honderden kilo’s per hond. Na jarenlang afgebeuld te zijn waren de gewrichten versleten, waardoor iedere beweging veel pijn deed. Soms kwam de staart tussen de spaken van de wielen, waardoor de staart brak. De kwellingen waren niet alleen van lichamelijke aard, maar ook van geestelijke: veel honden waren vals geworden na jaren van mishandeling door de baas en pesterijen door straatjongens. Al vóór 1910 zijn er wel gemeentelijke verordeningen die regels geven voor het gebruik van trekhonden. Deze zijn er echter voornamelijk om burgers te beschermen tegen agressieve honden en ter verbetering van de verkeersveiligheid. Pas later wint de mening terrein dat de honden zelf ook bescherming nodig hebben tegen misbruik door hun bazen. In 1910 besluit de regering die mening formeel status van wet te geven: op 1 september 1911 treedt uiteindelijk de Trekhondenwet in werking. Houders van trekhonden zijn voortaan vergunningplichtig en moeten zich laten registreren. Het is verboden om honden in te zetten die kreupel, gewond, zichtbaar drachtig of nog niet volwassen zijn. Een drinkbak is verplicht en er gaan ook regels gelden voor het tuig waarmee de hond vastzit aan de kar. De borstriem, buikriem en draagriem moeten van bepaalde afmetingen en van bepaald materiaal zijn. En de trekhond moet voortaan verplicht een muilkorf dragen. Op het niet naleven van de wet staan boetes. In 1927 wordt de wet aangepast. Er komt nu een keuring van trekhonden. En het is de bedoeling dat inspecteurs naleving van de wet gaan controleren, want daar schort het nog al eens aan. Het bestaan van de wet betekent namelijk niet dat de ellende voor trekhonden nu voorbij is. In veel gemeenten weten de autoriteiten niet eens van het bestaan van de wet, laat staan dat de gewone man ermee bekend is. En als de wet wel bekend is, dan heeft men er vaak lak aan. Op het platteland maken regeltjes uit Den Haag weinig indruk, daar doen mensen de dingen zoals ze die altijd al gedaan hebben. De nieuwlichterij van zo’n wet leggen ze naast zich neer. Daarbij houden de inspecteurs amper toezicht op naleving van de wet. De inspecteurs zijn sowieso geen vakmensen. Meestal doet de plaatselijke politieagent of dierenarts het inspecteurschap er eventjes bij. Het gaat er dan nogal eens op z’n ouwe-jongens-krentenbrood aan toe. “Ach inspecteur, u gaat toch zeker niet moeilijk doen omdat de borstriem niet precies aan het vereiste aantal centimeters voldoet? Ik ben voor de kost helemaal afhankelijk van het behoud van mijn vergunning, daar houdt u toch zeker wel rekening mee?” De inspecteur wilde in veel gevallen de beroerdste niet zijn en kneep vaak wel een oogje dicht. Kortom, het handhaven van de wet had niet zo’n hoge prioriteit bij de autoriteiten. Dat de naleving niet helemaal verslofte, is voor een groot deel te danken aan de Anti-Trekhondenbond. Opgericht in 1912, later omgedoopt tot Bond tot Bescherming van Honden, stelt deze bond zich als doel het afschaffen van de trekhond. Veel arme mensen, die voor hun broodwinning hun trekhond echt niet kunnen missen, krijgen een bakfiets of een klein paard met wagen. Voorwaarde is wel dat ze de kar wegdoen, en de hond alleen nog maar als huisdier houden. De Bond doet in brochures – in de typisch sentimentele bewoordingen van die tijd en verduidelijkt met foto’s – verslag van de trekhonden-ellende: “De trekhond is de schande onzer natie (…).De botten steken aan alle kanten uit. De schurftplekken en gaten zijn goed te zien. Dit geheele beeld der ellende toont ons de schandelijke uitbuiting van den trekhond, in al zijn treurige werkelijkheid.” De hondenkar verdwijnt in de loop van de 20e eeuw steeds meer uit het straatbeeld. De opkomst van transportfietsen, bakfietsen, motorfietsen en de auto maakt het gebruik van honden als trekkracht overbodig. Bovendien groeit het maatschappelijk verzet dankzij het werk van de Anti-Trekhondenbond. Uiteindelijk wordt in 1962 het gebruik van de hond als trekkracht geheel verboden. Dan zijn er ook nog maar zo’n dertig á veertig trekhonden in het hele land over. Nederland was overigens erg laat met een verbod. In Frankrijk en Engeland was de hondenkar in de 19e eeuw al verboden, in Denemarken is het zelfs nooit toegestaan. Verrassing: hondenkarren zijn tegenwoordig nog steeds volop verkrijgbaar. Tik op een zoekmachine het woord maar eens in, en je krijgt legio websites waarop ze te koop worden aangeboden. Alleen is de vorm nu volkomen anders. Tegenwoordig is het een comfortabel karretje om achter een fiets te haken, waarin de hond plaats mag nemen. Zijn baasje rijdt hem of haar vervolgens rond, als een verwende westerse toerist in een riksja. Een treffende illustratie van de totaal veranderde manier waarop we vandaag de dag met honden omgaan.

X









VENTER MET HONDENKAR


De leurhandel was bijzonder levendig tot ca. 1960. Venters deden vooral in bederfbare producten, zoals vlees, groenten en fruit, verse vis… Hun aantal nam toe in tijden van economische crisis en wanneer de huurprijzen stegen. Ook wie weinig geld had, kon een ambulante handel opstarten. Maar er waren uiteraard ook regels. Venters moesten aan het stadsbestuur plaatsrecht betalen om op pleinen te staan en langs de straat te verkopen. Ook de melkman, de bakker en de brouwer deden hun ronde met de kar, getrokken door paard of honden, of later met de auto.

X

IK HEB WEER EEN DOEL IN MIJN VIZIER (ARTIKEL JAREN '70)






X

BOERIN MET GESLACHT VARKEN


X

BOER EN GELDERSE MERRIE


X

ARMOEDE


BOERIN TREFT VOORBEREIDINGEN VOOR HET BAKKEN VAN VLAAIEN, KNAPKOEKEN EN WITTEBRODEN (CA. 1935-1940)

Ingekleurde versie

Upscaled

X

BOEREN DOEN HANDJEKLAP OP DE VEEMARKT 1947

Upscaled

Vanaf het midden van de negentiende eeuw vulden varkens, koeien, paarden, schapen, boter en eieren wekelijks de markt. Bij het betreden van de markt door de handelaren werden de dieren geteld en later ook het gewicht vastgesteld. Een dierenarts hield toezicht op het welzijn van de varkens en biggen. De handel was altijd spectaculair om te zien. Volgens een vast ritueel van loven en bieden werd uiteindelijk via handjeklap een prijs afgesproken. De boeren betaalden meestal contant. De betaling vond onder het genot van een stevige borrel plaats in een van de vele cafés rondom de markt. Terwijl de mannen zaken deden, gingen de boerinnen inkopen doen in de binnenstad. De winkeliers deden dan ook goeie zaken op marktdag. 

X

BOER OP AKKERLAND 1952

Upscaled

Op de achtergrond Staatsmijn Maurits, omgeving Geleen-Lutterade. Het contrast verleden en heden kon niet groter zijn.

X

WALTER ARFEUILLE










WALTER ARFEUILLE (HET BEEST): HIJ TROK OOIT TREINEN EN PLOOIDE IJZEREN STAVEN EN MEER VAN DIE SPECTACULAIRE DINGEN MET ZIJN TANDEN. HET LEVERDE HEM EEN PLAATS IN HET GUINNESS BOOK OF WORLD RECORDS OP. 

(ARTIKEL UIT 2001)
 Walter Arfeuille, 'Het beest', 'de biêste' voor de vrienden, is bij de meeste mensen bekend als de man die alle records van wijlen krachtpatser John Massis verpulverde en al jaren in het Guiness Book of Records prijkt met uiteenlopende krachtprestaties. Arfeuille plooit plaatijzer als was het plaatijzer en het met zijn tanden voortrekken van treinstellen van 150 meter lang. Hij slaat met de blote handpalm vijf-duim-spijkers door dikke planken, en trekt met pure armkracht alleen, van op een speedboat hele trossen waterskiërs naar boven en vooruit. Arfeuille is 48 jaar en afkomstig uit Ieper. Als jongste van vijf kinderen volgde hij een opleiding in de houtbewerking, waarna hij bouwvakker-bekister werd. Hogere studies waren niet zijn ding, zegt hij zelf. Arfeuille werd zich bewust van zijn kracht rond zijn dertiende. "Als er een handgemeen was, ook in de hogere klassen, dan kwamen ze de lange halen, en dat was ik. Omdat iedereen mij uitzonderlijk vond, ben ik beginnen trainen..." Trainen deed Arfeuille met gewichtheffen in de garage van het ouderlijk huis. De jarenlange training bezorgde hem een aantal titels zoals dat van Belgisch kampioen 'powerlifting'. Arfeuilles was een jaar of 26, 27 bij zijn eerste publieke optreden. "Toen was er de uitdaging van John Massis. Die man kon nogal schelden, als er iemand iets méér lukte dan hem. Hoe meer hij mij uitschold, hoe meer ik de bovenhand kreeg, en aan populariteit won. Ooit werden in Oostakker, zijn eigen terrein, alle sterken van het land voor een grootse krachtmeting samengebracht, maar Massis liet verstek gaan. Zo is het min of meer begonnen." De grootste krachttoer van Arfeuille was en voorttrekken van een trein: "Treinen van 151 ton, dan 164 ton. De laatste was een stel van honderdvijftig meter lang, waar tien sterke mannen tegelijk geen beweging in konden krijgen, 184 ton zwaar, 5,55 meter ver... Maar zelf denkt Arfeuille het liefste terug aan zijn stunt met de kanaalskiër. Op 75 minuten trok hij met zijn tanden een waterskiër van Calais naar Dover. Tussen grote zeeschepen door die golfslagen van 10 meter veroorzaakten. 

(ARTIKEL UIT 2017) 
Twintig Belgen staan er in het nieuwste Guinness Book of World Records, dat zopas verscheen. Maar eentje spant de kroon: Walter Arfeuille (65) of ‘Het Beest’. Al 27 jaar is zijn record ongeslagen: een gewicht van 281,5 kg optillen met de tanden. “Soms denk ik dat ik net zoals Obelix in een kuip vol elixir viel. Wat ik deed in mijn leven, kun je niet echt normaal noemen.” Bij wie dertig jaar of jonger is, zal de naam ‘Walter Arfeuille’ waarschijnlijk geen belletje doen rinkelen. Bij ouderen wel. Hij was in de jaren tachtig en negentig de keizer van kermissen of braderieën. Samen met John Massis, zijn grote rivaal. Stak je ze een ijzeren staaf in de handen, dan bogen ze die om. Zagen ze een trein, dan trokken ze die vooruit met de tanden. Massis was de eerste die ermee begon, zette records neer. Arfeuille volgde en verbrak ze stuk voor stuk, gehuld in een luipaardvel. Niemand die er na hem nog in slaagde. De weinigen die het aandurfden, faalden. Het levert hem zo al meer dan een kwarteeuw zijn plekje op in het Guinness-book. 15 jaar geleden stopte hij ermee, legde zijn leopard op zolder en ging buiten de aandacht leven in zijn werkmanshuisje in het West-Vlaamse Vlamertinge. Elke dag is hij er terug te vinden in zijn trainingszaal in de achterbouw. Een hok met een fluitende kanariepiet, wat stro van de kippen op de vloer en een stevig rek met een verzameling stalen bollen en halters die een normale mens een gratis toegangsticket voor de rugkliniek opleveren. “22 records verbrak ik in mijn carrière, waarvan één werd opgenomen in dat boek”, vertelt hij met veel trots. “Ik trok vanop een speedboot een waterskiër met mijn tanden over het Kanaal, ging trekwedstrijden aan met Brabantse trekpaarden, blies waterkruiken op, tilde mensen op met de tanden,... Maar mijn strafste prestaties waren die met de treinen. In 1996 trok ik er in Diksmuide een van 224.000 kilogram vooruit. En in Parijs vestigde ik in 1990 het record dat Guinness opnam in hun boek. 281,5 kg tilde ik zeventien centimeter hoog.” Zijn kunsten leverden hem de naam ‘Het Beest’ op. En iedereen wou dat beest zien. Van Bachten de Kupe tot Las Vegas. “Ik reisde de wereld rond: Japan, Australië, Amerika, China,...” Terwijl hij het vertelt, haalt hij foto’s van zijn daden uit vergeelde omslagen. “Hier, eentje waarop ik Margriet Hermans optilde. Ze zat op een ton van 60 kilogram en woog toen zelf nog 150 kilogram. Ik zette mijn tanden in de ton en hop, de lucht in.” De oerkracht van toen huist nog steeds in het fort van een lichaam. Hij haalt een krom ijzer boven, stopt het nog eens tussen de tanden en plooit het iets verder. “Ik ben in de wieg gelegd om een beest te worden. Oma was een boerin die graanzakken van 100 kilogram naar boven sleurde. Venten hadden schrik van haar. Zeker nadat ze er een bij zijn keel had vastgegrepen omdat die met opa had gelachen. Er is drie man aan te pas moeten komen om die arme man los te krijgen.” Hij lacht. “En opa van vaderskant had op zijn negentigste nog al zijn tanden. Ik heb ze ook nog allemaal. Van die twee heb ik het geërfd. De gouden mix.” Er komt wat jong volk binnen in het hok, Arfeuille helpt ze met trainen. Zijn naam ronkt nog. Zelfs nadat zijn faam een jaar of zestien geleden een duw kreeg. Hij belandde toen in de cel voor een drugszaak. “Ik gaf geld aan gasten die er drugs mee verhandelden”, vertelt hij. “In de hoop meer geld terug te krijgen. Zelf gebruikte en dealde ik niet, maar toen die kerels gepakt werden, verlinkten ze me. Ik was zogezegd de grote man, kreeg twee jaar en zat acht maanden in de cel.” Net op het moment dat hij een standbeeld zou krijgen in Vlamertinge. Die plannen gingen niet door. “Het beeld is er nog hoor”, zegt hij. “We zijn ermee bezig om het binnenkort toch ergens te plaatsen.” “Spijt heb ik niet van wat toen gebeurd is. Zo zit ik niet in elkaar. Als je iets doet wat niet mag, moet je ervoor opdraaien. Het zijn zwakkelingen die hun daden proberen uit te leggen met ‘een slechte jeugd’. Ik had geen slechte jeugd, ik was schuldig. Al geloofde niet iedereen dat. Weet je dat ik sommige mensen zelfs moest overtuigen dat ik er niet in geluisd was, zo groot is het respect hier nog voor me.” De Westhoek koestert zijn beest, al is het volgens Arfeuille stilaan tijd voor opvolging. “Voor een nieuw beest. Ik wil die gast zelfs helpen. Maar makkelijk zal het niet zijn, je moet er elke dag voor trainen, aanleg hebben én over sterke tanden beschikken. Waarom denk je dat mijn record er nog staat? Omdat het onmenselijk is. Er zijn er al die het probeerden hoor. Tot in Amerika. Daar was er een ‘krachtpaster’. Een dominee die na elke viering gewichten trok met zijn tanden. ‘Met de hulp van god’, klonk het telkens. Maar op een dag was god nog niet goed wakker en verloor die gast vier tanden. Ik heb ze nog allemaal.” Hij glimlacht en wrijft in zijn baard. “Vertelde ik je al dat ik die baard vanaf mijn veertien jaar heb. De rest van de klas had wol of niets onder de neus, ik een dikke moustache. Ik ben altijd een buitenbeentje geweest.” 

(ARTIKEL UIT 2023) 
Ooit was hij de sterkste tandartiest ter wereld. Negen jaar lang strijdt hij met John Massis om die erkenning ook te krijgen. Hij trok - met een hoefijzer in de mond - trams, treinen en vliegtuigen vooruit in zijn klim naar de absolute wereldtop. Het wordt een parcours waarbij deze zoektocht naar erkenning Walters intrigerende levensloop bepaalt. Maar Walter is ook kwetsbaar. Zijn grote zucht naar status en geld leidt tot foute beslissingen. Hij begint heroïne te dealen, wordt opgepakt en belandt in de gevangenis. Vandaag leeft de 69-jarige Walter als een soort kluizenaar in een klein huisje omringd door meer dan honderd kippen, eenden en ganzen. Hij wil zichzelf nog een laatste keer bewijzen door een bijna onmogelijke tocht op een eenvoudige damesfiets te ondernemen, ook al is hij niet meer de sterke man die hij vroeger was. Zal het beest in Walter ooit getemd worden?

X

BRABANTS TREKPAARD OF BELGISCH TREKPAARD

Upscaled

donderdag 26 maart 2026

ROGGESCHOVEN LADEN

Ingekleurde versie Upscaled X