donderdag 29 januari 2026

DUIVENSPORT (FOTO JAREN '50)


Sinds het begin van de eeuw bleef de duivensport zeer populair. Dat er met het 'duivenmelken' slechts bescheiden prijzen te winnen vielen (vaak dan nog in natura: een fiets of een koekoeksklok), wijst erop dat het aan veel meer behoeften tegemoet kwam dan alleen het bevredigen van de goklust. Het verzorgen van de duiven in het achterin de tuin getimmerde duivenhok gaf arbeiders maar ook de hogere klasse een bezigheid, het bespreken van de wedstrijden was een alibi voor cafébezoek.

X

 

BOERENGEZIN



Deze koe is wel heel geliefd in de familie.

X

BAKKER AAN DE DEUR


X

BREIEND VROUWTJE AAN HET VUUR


X

BOER MET PLOEG EN TWEESPAN CA. 1914


X

DIEPENBEEK - HET LEMEN HUISJE IN HET KERKSTREUTSJE (TEKST:JOS PIETERS, ILLUSTRATIE: WILLY ROGGEN, 1985)


In het Kerkstreutsje had het lemen huisje van Jobke zich veilig tegen de hoge kerkhofmuur genesteld. De Kerkhofmuur was eigenlijk de achterwand van het huisje. Dat huisje en zijn bewoners straalden voor ons, kinderen, iets mysterieus uit. Ik vroeg me vaak af, hoe gevaarlijk het wel was, bij het middageten ongekookt water te drinken uit de put vlak bij de muur, water dat door zovele lijken en geraamten gevloeid had. Ik zou het nooit gewaagd hebben, mijn handen ermee te wassen, laat staan er een druppel van te drinken. Maar Jobke en de zijnen blaakten van gezondheid. Dat was voor mij een mirakel. In mijn kinderlijke onwetendheid zag ik niet in, dat de lijken in die tijd nog <<kerngezond>> waren, voor de omwonenden althans, en dat ze er nog niet, zoals tegenwoordig, volgepropt zaten met hoogstgiftige geneesmiddelen. Wie weet functioneerden ze niet als doeltreffende drinkwaterfilters? Ik vroeg me ook af, of Jobke nooit spoken zag, als hij 's avonds, soms heel laat, van zijn werk kwam. Hij liep dan schuin over het verlaten marktpleintje, waar slechts één armoedig lampje brandde, en verdween tussen het schemerige huis Gos en de kerkhofmuur in het nachtdonkere streutsje. Als in een zwarte mollenpijp. Als je 't hem vroeg, glimlachte hij geluidloos met zijn onschuldig rond gezichtje. Ik vond zijn manier van doen op zijn minst verdacht. Maar toch bewonderde ik hem om zijn rustige vertrouwdheid met de doden. Soms lag ik 's avonds lang met mijn ogen groot open naar het zwarte plafond te staren. En dan stelde ik me levendig voor, hoe Jobke en zijn gezin aan de ene kant van de muur sliepen en de honderden doden, die daar begraven lagen, aan de andere kant. Ik griezelde gezellig, want ik voelde me in mijn eigen bed veilig ver verwijderd van die vreemde plaats, die me, zodra de deemstering viel, toch zo sinister leek. Maar de werkelijkheid overtrof mijn verbeelding in hoge mate, want toen, na de tweede wereldoorlog, de roekeloze vernieuwers samen met het nog resterende stukje oude muur ook dit schilderachtige kleinood gewetenloos sloopten en de grond eronder omwoelden, kwamen er stapels schedels en beenderen aan de oppervlakte: de bewoners van dit huisje hadden dus niet alleen naast, maar ook op de doden gewoond, gewerkt, gegeten, gepraat, gelachen en geslapen. Ik stond verbaasd te kijken naar de stoffelijke overblijfselen van onze voorouders die hier in de mulle aarde lagen. Voorzichtig stootte ik met de punt van mijn schoen tegen een gele schedel en gewillig rolde hij zijn gezicht naar me toe. Hij scheen me goedmoedig vanuit zijn donkere oogholten aan te kijken en me rustig toe te lachen met al zijn lange, nog gave tanden bloot. Ik huiverde eerbiedig. Nog even bleef ik namijmeren over dit merkwaardige woninkje en zijn bewoners en over deze zwijgende getuigenissen van wat ééns menselijk leven was geweest. Toen liep ik, langs het inmiddels ook verder afgegraven kerkhof, naar huis. En dat trieste beeld herinnerde me schrijnend aan de oorlogsjaren zelf, toen de cultuurbarbaren het grootste gedeelte van de muur rond de kerk en de twee stemmige toegangspoorten vernielden en toen de skeletresten tot voor de pui van het gemeentehuis lagen.

X

JOSÉ RED BAKHUISJE VAN MOEDER (ARTIKEL 2019)



Meer dan zestig jaar nadat zijn moeder Germana er brood in had gemaakt, liet Moorsledenaar José Vandermersch het bakhuisje in zijn tuin renoveren, Ik kón het niet afbreken. Straks gaat hij er weer in bakken.

Op het erf van José Vandermersch in de Moorsleedse wijk De Koekuit staat al sinds jaar en dag een bakhuisje. Zo’n gebouwtje was vroeger vaak te vinden op boerderijen. Landbouwers bakten er hun eigen brood in. Zo ook de moeder van José. “Dat deed ze tot rond 1955. Toen begonnen de bakkers aan huis te leveren. Intussen zijn er al veel bakhuisjes verdwenen.”

Dat van José overleefde gedeeltelijk de tand des tijds. Hoewel de oven op een bepaald ogenblik inzakte, bleef het gebouwtje rechtstaan. José besloot onlangs om het te restaureren. “Ik dacht ‘ofwel doe je er iets mee, ofwel maak je het met de grond gelijk’. Omdat ik het nog voor me zie hoe mijn moeder hier stond te bakken, kozen we de eerste optie.”


NIEUWE OVEN

De familie schakelde het Reizend Bakhuis in, een gespecialiseerde firma uit Horebeke, en kon ook rekenen op een subsidie van 12.000 euro. Meer dan een week lang werd er gewerkt aan het gebouw. De oude oven werd door het dak naar buiten gehaald en vervangen door een nieuwe. “Er is plaats voor vijfendertig broden. Maar je kunt er ook pizza's in bakken.”

José kan haast niet wachten om in het huisje in de voetsporen van zijn moeder te treden. Hij moet echter nog drie maanden geduld hebben vooraleer de oven helemaal droog is. “Ik zal hier geregeld brood bakken. Dit is privéterrein, maar voor speciale evenementen zoals bijvoorbeeld Open Monumentendag zet ik graag de deuren van het bakkershuisje open.”

Het is ook de bedoeling dat hij op termijn, samen met zijn dochter Mieke, workshops kan aanbieden voor groepen.


X


BOER MET PAARD EN VEULEN 1967

Ingekleurde versie

Upscaled

X

woensdag 28 januari 2026

ALLENIG ZIJN IS MAAR EEN WANKELE BASIS (ARTIKEL JAREN '70)






X

BOER MET MESTKAR (CA. 1930)


HONDENKAR MET MELKBUSSEN

Ingekleurde versie

Upscaled

X



PRIJSVARKEN 1912


ACHTEROM BINNEN 1905



X

HET SOCIALE LEVEN (FOTO 1949)


Omdat de werkzaamheden veelal met menselijke arbeidskracht werden uitgevoerd was onderlinge samenwerking hard nodig. Rogge maaien was zwaar werk, de gemaaide rogge prikte dwars door je kleding heen, maar omdat het met een groep mensen werd uitgevoerd was het wel een gezellige tijd van het jaar. Het vaste ritme van het seizoen zorgde voor duidelijkheid en structuur, maar tijd voor een praatje was er altijd. Als je 's avonds door de ruiten van de boerderij naar binnen gluurde zag je de boer waarschijnlijk iets lezen, een krant of een folder. De boerin was vast aan het handwerken. Er was altijd wel iets te stoppen of te verstellen, en als dat er niet was, dan werd er geborduurd.

XX

MAASEIK - TWEEWIELIGE BOERENKAR MET LADING MEST 1931

Ingekleurde versie

Upscaled

Voor de strontkar een koe als trekdier. Vaak werd ook het rund zonder ballen, de os, als trekdier gebruikt.

XXX



ROGGESCHOVEN LADEN

Ingekleurde versie Upscaled X