zondag 17 mei 2026

JAAGPAARDEN

Twee opgetuigde jaagpaarden, waarvan één met zadelkussen. Op de achtergrond een trekschuit die wordt voortgetrokken door een paard.

Het Scheepsjagen is een vak apart. Dat was voor 1940 ook al duidelijk; de scheepsjagers waren van de wal afkomstig, het waren geen schipperskinderen. Met de paarden was dat net zo: een jaagpaard moet beleerd worden om een schip te kunnen trekken. Een boerenpaard of een trekpaard is niet automatisch geschikt als trekdier voor een schip. Een schip trekken is duursport; rustig aan beginnen en een langdurige prestatie neerzetten. Bomen uit het bos trekken of een voor ploegen is veel geven op een kort traject en dan een rustperiode inlassen. Recht vooruit trekken is anders als vele kilometers aan een schuine lijn staan. Het is een wonder dat een jaagpaard niet over zijn eigen benen struikelt. Een jaagpaard hoeft niet de afmetingen van een Gronings-, Zeeuws- of Belgisch trekpaard te hebben. Een Fjord of zelfs een “tanig “ paard kan voldoen, vermits ze maar een makkelijk en zachtmoedige aard heeft. Een ander soort zachtmoedigheid dan het gemiddelde paard uit een manege. Het beleren voor dit werk bleek nog niet zo eenvoudig te zijn. Het is anders als het beleren in een bak of aan een tredmolen. Ook de loopsituatie is anders; was voorheen een jaagpad een soort aangestampte geul naast het kanaal, nu is het afwisselend berm, asfalt of klinker. Het vergt veel aanpassing van zowel het paard als van de jager aan deze wisselende omstandigheden. Scheepsjagen is dus een ambacht en ze verdient een daarbij horende waardering. 

X

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

ROGGESCHOVEN LADEN

Ingekleurde versie Upscaled X