Het lijkt een beeld uit lang vervlogen tijden, uit een schilderij van Breughel of een gedicht
van Guido Gezelle, maar toch was het tot het midden van de vorige eeuw nog gebruikelijk
dat de boeren in onze contreien hun koren afmaaiden met hun blote handen en een zicht.
De zicht is een zeisachtig werktuig met een
gebogen mes dat loodrecht op een korte steel met handvat vastgemaakt is. De maaier sloeg
die zicht een paar keer in het graan, waarna hij de graanhalmen met een mathaak (pikhaak
genoemd) samenraapte en in een bundel aan de kant legde, die dan later tot een schoof
werd gebonden. Om zo weinig mogelijk kracht te moeten uitoefenen tijdens het maaien,
was het uiteraard heel belangrijk dat de snede van de zicht goed scherp was… pikken was zo
al lastig genoeg! De zicht bijscherpen kon op verschillende manieren: ze kon scherp geslagen
worden met een haarspit en een haarhamer, geslepen worden met een strijklat of gewet
worden met een wetsteen.
X

Geen opmerkingen:
Een reactie posten